
‘Mijn grote liefde was hij niet, maar door hem kon ik wel weg uit de DDR’
4 Berlinerinnen over 20 jaar Mauerfall
In: esta nr. 23 – november 2009
Op 9 november is het precies 20 jaar geleden dat de Berlijnse muur viel. Het leven van miljoenen veranderde voorgoed. Vier vrouwen uit Berlijn kijken openhartig terug op de angst, de beklemming en op dat ene ongelooflijke moment dat de muur echt open was. ‘Als Ossi had ik een minderwaardigheidscomplex.’
‘Ik was vertwijfeld toen ik hoorde dat de muur weer dicht zou zijn’
Cornelia Saxe (1967), journalist bij o.a. de Deutschlandradio.
Woont: in Oost-Berlijn. Heeft een lat-relatie.
‘Vaak heb ik gedacht: waarom ben ik niet een kilometer meer naar links geboren?’ Dan was Cornelia Saxe opgegroeid in West-Berlijn. Ze woonde als kind in een huis dat honderdvijftig meter van de muur af stond. ‘Het was moeilijk te begrijpen dat er een muur was waar je niet overheen mocht. Je zag de nieuwbouw van West-Berlijn, het licht in de huizen, de mensen. Maar je wist niet hoe ze leefden en je kon er niet heen. Als kind en als puber voelde ik: als ik daar langer over nadenk, word ik gek.’
Haar vader was ingenieur, haar moeder lerares. Kritisch waren ze tegenover het DDR-regime. Maar alleen binnenskamers. En Cornelia kreeg mee: ga naar de socialistische bijeenkomsten waar iedereen heengaat, zodat je in elk geval wel je diploma kunt halen en kunt gaan studeren. ‘Toch heeft het vier jaar geduurd voordat ik werd toegelaten bij Literatuurwetenschappen. Later las ik in een dossier dat een docent had geschreven: ‘Cornelia is niet geschikt om hogeschoolleraar te worden in de DDR.’ Blijkbaar was het kleine beetje tegengas dat ik gaf al teveel.’ Want ja, Cornelia schreef brieven met een klasgenoot die in de gevangenis zat na een mislukte vluchtpoging. En ja, ze ging naar bijeenkomsten van de Vredesbeweging. ‘Daar kon je zeggen wat je dacht. Dat er een muur was en dat dat verschrikkelijk was. Maar dan hadden ze je dus wel meteen in het vizier. Elk jaar heb ik me aangemeld bij de universiteit en elk jaar huilde ik als het weer niet lukte.’ Uiteindelijk werd ze toegelaten, kort voordat de muur viel. Enorm blij is Cornelia dat de DDR niet meer bestaat, ze associeert die tijd met onvrijheid, en angst voor de Stasi. Kun je wel studeren, word ik niet in de gaten gehouden? En wat als de muur er nog was geweest? Dan had ze niet kunnen studeren in Amsterdam. Dan had ze niet alle mooie reizen kunnen maken. En dan was ze zeker geen journalist geworden.
Cornelia was in haar eigen woning op 10 november 1989, de ochtend na de val van de muur. Ze luisterde naar het radiobericht: de muur was open, maar nu is-ie weer dicht. ‘Ik heb echt gedacht: ik stort me uit het raam. Dat de muur open was, dat ik het had kunnen meemaken maar dat ik er niet was. Ik was totaal vertwijfeld.’ Ze vertrok meteen richting grensovergang, liep mee met de stroom mensen die naar het westen gingen. Cornelia had de jingle in haar hoofd van Radio 100, de links alternatieve zender uit West-Berlijn die ze altijd illegaal luisterde. Als ik ooit in West-Berlijn ben, ga ik daarheen, dacht ze altijd al. En ze ging. Op de redactie was het precies zoals ze had gedacht: graffiti op de muren, overvolle bureaus. De telefoon ging. ‘Neem maar op’, zei iemand. En dat deed Cornelia: ‘Met Radio 100.’ Een sprookje, onwerkelijk. ‘De val van de muur was het meest fantastische dat ooit in mijn leven was gebeurd. Het was opwindend: je gaat van huis en binnen een half uur ben je in het meest vreemde buitenland dat je je kunt voorstellen. En ’s avonds kom je weer terug in je eigen bed.’
‘Als Ossi had ik een minderwaardigheidscomplex’
Elisabeth Schwarz (1968), kunstenares en galeriehoudster.
Woont: in West-Berlijn met haar twee dochters en haar vriend die voor de helft in Amerika woont.
‘Op mijn veertiende wist ik al dat ik weg zou gaan uit de DDR. Omdat het te benauwd was, te klein, te beperkt.’ De puber Elisabeth Schwarz verzette zich tegen de DDR-ideologie die er tijdens maatschappijleer werd ingestampt. Ze wilden haar wel van school gooien, maar ze konden het niet. ‘Mijn vader was joods en met de slachtoffers van het fascisme wilde de DDR geen stress hebben. Het was een soort van vrijbrief waardoor ik kon zeggen wat me niet beviel, zonder er problemen mee te krijgen.’ Haar vader was als overtuigd communist vanuit Palestina teruggekeerd naar de DDR. Een strak communistische opvoeding kreeg Elisabeth niet. ‘Veel van de DDR-ideologie werd thuis als onzin bestempeld.’
Weg wilde Elisabeth, maar hoe? Geen idee. Ze kreeg een relatie met een Amerikaan, negentien was ze. ‘Ik heb hem al gauw gevraagd of hij met me wilde trouwen. Als de muur er niet was geweest, had ik dat nooit gedaan.’ Want aantrekkelijk vond ze hem wel, en verliefd, ja dat was ze. Maar zoals zo velen in de DDR was ze met meerdere mannen. De sexuele moraal was in Oost-Duitsland veel vrijer dan in het Westen. ‘Mijn grote liefde was hij niet, maar door hem kon ik wel weg. Het was een emotioneel en impulsief besluit. Ik was jong voor mijn leeftijd, een kuiken eigenlijk.’
Iedereen had haar gezegd: jij gaat een cultuurshock krijgen, daar in Amerika. Maar na een jaar wachtte ze nog steeds op die shock. Toen ze na dat jaar een paar weken op bezoek kwam in Oost-Berlijn, toen kwam-ie. ‘Omdat alles zo grauw was. Het ontbreken van kleur in de stad, dat was de shock. En de mensen, die vond ik ook grauw, en onvriendelijk.’ Ze ging terug naar Connecticut, daar was ze toen ze een tijdje later hoorde dat de muur was gevallen. Eigenlijk kon ze het niet geloven, het was te onmogelijk om te geloven. ‘Ik heb geen moment gedacht: ik moet erheen. Was blij dat ik er niet was, ik ben niet zo’n revolutietype. Een minderwaardigheidscomplex had ik: ‘Ik ben Ossi en ik kan niet reizen, ik zit opgesloten, ik heb geen geld, ik kan niets doen.’ In Amerika was dat gevoel wel over, en nu heb ik het ook totaal niet meer, maar het zou me toen wel hebben belemmerd meteen naar West-Berlijn te rennen.’
Teruggekomen is ze wel, een half jaar na de val van de muur. Met haar man van wie ze zich al snel liet scheiden. In Oost-Berlijn wil ze niet meer wonen. Sterker nog, ze heeft een sterke afkeer van het Oosten. Zelfs films als Das Leben der Anderen, over de DDR-tijd, wil ze niet kijken. Het herinnert haar aan die benauwde tijd die voor haar een afgesloten periode is. ‘Een van de mooiste dingen van het leven na de Wende vind ik dat ik mijn tweelingdochters van negen naar de Vrije School kan laten gaan. Ik ben geen antroposofe, dat is me veel te dogmatisch. Maar dat ze zoveel verschillende dingen leren, vind ik een luxe. En het grappige is: Russisch is hun lievelingsvak, terwijl ik dat vroeger natuurlijk verschrikkelijk vond.’
‘Bewonderenswaardig vond ik het dat de Oost-Duitsers hun leven vaak compleet omgooiden’
Barbara Klebe (1965), beleidsmedewerker van het ministerie voor infrastructuur
Woont: in Potsdam met haar man en hun zoontje.
‘Die jaren na de val van de muur waren de spannendste jaren in mijn werk ooit. Alle wetten moesten opnieuw worden gemaakt, alles moesten we zelf vormgeven.’ Als politicologe uit West-Duitsland werkte Barbara Klebe met Oost -en West-Duitsers samen. ‘We waren heel collegiaal en heel gemotiveerd om van de veranderingen iets moois te maken. Het leven raasde voort, die eerste vier jaren waren ongelooflijk spannend.’
Barbara studeerde in Berlijn, eerst Rechten, daarna Politicologie. Drie jaar woonde ze er toen de muur viel. ‘Op vrijdag, de dag nadat de muur was gevallen ben ik met mijn vriend en vele vrienden naar Brandenburger Tor gegaan. Daar stonden de mensen echt op de muur! Ik was een beetje bang, geloofde niet dat het écht kon. Mijn vriend klom er wel op. Achter die muur stonden de grenssoldaten van de DDR nog met hun wapens. Heel rustig, maar toch. Wie weet kon het heel snel weer omslaan.’
Maar het sloeg niet om en voor het eerst moesten de mensen in West-Duitsland in de rij staan voor hun boodschappen, zoveel vraag was er. Er werd geklaagd, maar niet door Barbara. Zij dacht: in Oost-Duitsland hebben ze 40 jaar in de rij gestaan. ‘Ik vond het heel bewonderenswaardig hoe de Oost-Duitsers hun leven vaak compleet omgooiden. Als ik me voorstelde dat iemand naar mij toe zou komen en zou zeggen: ‘Jullie systeem is niks waard, het is allemaal troep en alles moet anders…’ De frustratie daarover van Oost-Duitsers kan ik me wel voorstellen. Ik sprak laatst nog een oudere vrouw die vond dat West-Duitsland Oost-Duitsland heeft opgekocht. Twintig jaar is wel een lange tijd, maar tot op de dag van vandaag zijn de Duitsers niet één geheel.’ Dus ja, de negatieve oost-west-gevoelens kent Barbara wel. Dat de ‘Wessi’s’ dachten: de ‘Ossi’s’ komen van onze welvaart genieten. Maar voor Barbara was het Oosten altijd al dichtbij, ze zag het genuanceerder. ‘Ik ben opgegroeid in Braunschweig, vijftig kilometer van de grens met Oost-Duitsland. Elk jaar gingen we met ons gezin naar vrienden in Dresden. Toen ik op mijn dertiende voor het eerst in Oost-Duitsland was, vroegen mijn klasgenoten waar we dan hadden gegeten. Ze dachten dat er alleen volkskeukens waren, terwijl iedereen daar natuurlijk gewoon zelf een keuken had. Zo weinig wisten we van het leven dat eigenlijk zo dichtbij was.’
Na de Wende trok Barbara steeds meer naar het Oosten. Deed haar stage in Potsdam, een stad die 20 minuten met de sneltram van Berlijn af ligt, in voormalig Oost-Duitsland. Haar eerste baan was daar en ze is er gebleven, na twaalf jaar in West-Berlijn te hebben gewoond. Geen moment heeft Barbara heimwee gehad naar de tijd voor de val van de muur. ‘Voor mij zijn er alleen voordelen. Ik ben nu van Berlijn in Braunschweig in amper twee uur. Voorheen deed ik er vierenhalf uur over. Ik had nooit in Potsdam kunnen wonen als de muur er nog was geweest en ik vind het een geweldige stad. En een groot voordeel is ook: de zee in Oost-Duitsland is véél mooier dan die in West-Duitsland.’
‘Meer vrijheid wilden we, het ging ons niet om de val van de muur’
Anita Reichel (1968), directiesecretaresse van een culturele instelling
Woont: In Oost-Berlijn met haar man en hun twee zonen.
‘Op school en thuis leerde ik dat de mensen in het westen werden uitgebuit door het kapitalisme, dat het westen slecht was. En zelfs nu nog denken mijn ouders dat het beter was in de DDR. Ik ben opgegroeid in een socialistisch gezin. Mijn vader was officier bij het DDR-leger, bij de grenstroepen.’ Ook al was Anita Reichel altijd al kritisch tegenover de DDR, het begrip ‘Ostalgie’ is haar niet vreemd. Zij kon vroeger vier weken op zomerkamp. Voor haar kinderen zit er een weekje in, anders wordt het te duur. Vroeger had ze één ordner waarin alle paperassen zaten, nu heeft ze een hele plank nodig met alle belasting –en verzekeringspapieren. En haar carrière was heel anders gelopen. ‘Bibliothecaresse wilde ik worden, kinderen leren over literatuur. Na de val van de muur was er alleen geen werk meer in die richting. Ik heb er tien jaar over gedaan om mijn droomberoep los te laten.’ Maar blij met de Wende is ze zeker wel.
Als scholier zorgde Anita, die in het bestuur van de Freie Deutsche Jugend zat, dat haar beste vriend niet oneervol van school werd getrapt. En als student ging Anita de straten op tijdens de Maandag Demonstraties in Leipzig. Voor vrije verkiezingen, voor vrije reismogelijkheden. Die demonstraties begonnen met een paar honderd man, maar binnen een paar maanden gingen er 300.000 mensen de straat op, zo niet 400.000. ‘Meer vrijheid wilden we, het ging ons niet om de val van de muur. Dat de muur zou vallen was hetzelfde als dat iedereen een taxi naar de maan kon nemen, of dat vanaf morgen het gras rood zou zijn.’
En toen viel-ie toch. Anita kwam net terug uit Leipzig, waar ze studeerde. Thuis trof ze haar ouders aan, die enorm ontzet waren, zij dachten dat de wereld verging. Haar vriend was er ook. ‘En toen gebeurde er iets dat bijna nog onvoorstelbaarder was dan de val van de muur. Mijn vader zei: ‘Kinderen, hier hebben jullie de autosleutels, ga kijken daar.’ Het was al ongelofelijk dat hij zijn auto uitleende, een auto was heilig in de DDR. En dat mijn vader, die altijd had gezegd: de DDR is goed en het Westen is verschrikkelijk, toch vond dat wij naar de overkant moesten gaan…’ Ze reden naar het Westen. Anita keek om zich heen, overal feest, de ramen open, een sigaret erbij. Zo rondrijdend in de auto van haar vader door het gebied dat altijd verboden was geweest; een ultieme ervaring.
Haar zus was inmiddels al in het westen, zij was kort voor de val van de muur via de ambassade in Praag gevlucht. Verrast was Anita, ze haalde snel het huis van haar zus leeg, voordat de Stasi het zou doen. Want inderdaad, een dag later hadden zij de woning al verzegeld. Inmiddels reist Anita ook veel, elke keer is ze zich bewust van de bijzonderheid daarvan, elke keer geniet ze. ‘Toen ik afgelopen Pasen in Caracas landde met mijn gezin, besefte ik weer dat dat vrijheid was. En ik dacht: twintig jaar geleden had ik niet kunnen bedenken dat ik dit ooit mee zou maken.’
Kader | Hoe zat het ook alweer met de muur?
Vanaf 13 augustus 1961 was de Berlijnse muur een feit. De reden voor de bouw: miljoenen DDR-burgers vertrokken naar het Westen. Vooral jonge, hoogopgeleide mensen verlieten het land. Om dat tegen te gaan werd de ultieme maatregel genomen: een muur van 43 kilometer in Berlijn. En tussen de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) en de Duitse Democratische Republiek (DDR) werd een grens getrokken. Meer dan 100.000 DDR-burgers probeerde over de muur of over de BRD-DDR-grens te vluchten. Hoeveel doden daarbij vielen, is nog steeds niet duidelijk. De schatting is tussen de 125 en 200. Werd iemand gesnapt tijdens een vluchtpoging, dan ging-ie de gevangenis in.
Achtentwintig jaar heeft de muur er gestaan. In Oost-Duitsland heerste de communistische dictatuur. Van de 16 miljoen DDR-burgers waren er zo’n half miljoen betrokken bij spionage-activiteiten van de Stasi, de Staatssicherheitsdienst, oftewel de geheime dienst. Klasgenoten, buren, vrienden en zelfs echtgenoten bleken elkaar in de gaten te houden voor de Stasi. Van vrijwel elke burger werd een dossier aangelegd dat na de Wende kon worden ingezien. Dat velen dat toch niet deden, had verschillende redenen: teveel gedoe met formulieren, de wens de DDR-tijd achter zich te laten. Velen kozen er tijdens de DDR-tijd voor zoveel mogelijk met de stroom mee te gaan. Bij de minste weerstand kon een toekomstige carrière worden gedwarsboomd.
Toch zien zelfs de critici van de DDR-tijd de voordelen van het communistische systeem destijds. Er was een enorm sociaal vangnet. Met weinig geld konden mensen rondkomen. Werkeloosheid was geen probleem, die werd – kunstmatig, dat wel – laag gehouden. Dat had dan wel weer als keerzijde dat je bijvoorbeeld niet zomaar kon studeren wat je wilde. Waren er maar tien Taalwetenschappers nodig? Dan werden er ook maar tien aangenomen op de opleiding. De staat bepaalde wie wel en niet door mocht. Vrouwen waren veel zelfstandiger dan in het westen. Een man op straat zetten terwijl je vijf kinderen had? Geen probleem, de staat zorgde voor je. Scheiden werd qua papieren ook nog eens heel makkelijk gemaakt.
Het verzet tegen de DDR-dictatuur werd steeds sterker met de jaren. Steeds meer mensen demonstreerden voor vrijheid. Tijdens de viering van veertig jaar DDR op 7 oktober 1989 gingen velen de straat op. Honderden demonstranten werden in elkaar geslagen en opgepakt. Vlak erna was de eerste Maandag Demonstratie in Leipzig. Uiteindelijk gingen daar honderdduizenden de straat op voor vrije verkiezingen en hervormingen. Maar dat op 9 november 1989 om 18.57 uur het Politbürolid Günter Schabowski tijdens de persconferentie zou zeggen dat er vrij reizen was voor DDR-burgers, en dat de muur daadwerkelijk openging, was een enorme verrassing. De West-Duitse politicologe Barbara Klebe weet het nog precies: ‘Ik keek tv die avond en hoorde de nieuwslezer zeggen: ‘Men moet voorzichtig zijn met grote woorden, maar om onze kanselier te citeren: ‘Ik geloof dat vandaag een nieuwe bladzijde in het geschiedenisboek werd geschreven.’ Het was ongelofelijk. Ik had altijd gedacht dat nog eerder een vrouw paus zou worden, dan dat de muur zou vallen.’ Dat ongeloof hadden velen. En de angst dat het maar voor even zou zijn, die open muur. Dat er bloedvergieten van zou komen. Maar de euforie was enorm, zowel vanuit Oost als West.
Die euforie bleef niet duren. Twee compleet verschillende landen moesten één geheel worden. Maar hoe? Journaliste Cornelia Saxe, geboren en opgegroeid in Oost-Berlijn beschrijft het gevoel van toen: ‘Toen de muur viel en de twee Duitslanden samen kwamen, moesten we zoveel leren. Ik denk dat de mensen niet door hadden hoevéél we moesten leren. Het maatschappijsysteem was compleet nieuw. Hoe je aan een woning komt, hoe je je in je baan gedraagt. En desillusie was er ook. In het westen is het vrijer, dachten we. Maar nu mag je wel de regering bekritiseren, maar je chef niet. Natuurlijk is er meer vrijheid, maar ook in het westen is er een stramien en zijn de codes sterker dan ik dacht.’ Inmiddels is er 1500 miljard (!) euro in Oost-Duitsland gepompt en nog is het land afhankelijk van subsidies uit het westen.
Intussen is Berlijn één geheel, dé plek in Duitsland waar een enorme mix van culturen naast elkaar leeft, feest, zich ontwikkelt. De stad verandert vrijwel elke dag. Wie een paar jaar niet in Berlijn was, herkent veel plekken niet meer terug. En er is veel aandacht voor herdenking. Niet alleen van de vele plaatsen die belangrijk waren tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook aan de muur en alles wat daarbij komt kijken, wordt de bezoeker continu herinnerd.